Tips frezen met de bovenfrees

TIP 1: Bovenfrees toerental verlagen
De meeste bovenfrezen hebben tegenwoordig een instelbare snelheid, en dat is met een reden. Bij grotere freesdiameters (zeg >12 mm), draait de snijkant van de frees aan de buitenkant significant sneller dan bij kleinere frezen. Bij cederhout en eiken zult u dan merken dat met dit soort frezen het hout zeer snel splintert en inbrand. Zet het toerental bij dat soort hout lager. Bij een Festool bovenfrees doet u dat bijvoorbeeld door het wieltje van 6 naar 3 terug te draaien). Draai het toerental ook weer niet heel veel terug.

U zult schonere randen met minder inbrandingen frezen. Druk ook iets minder hard op de bovenfrees, de freesduwsnelheid dus ook iets lager, maar vooral regelmatig.
Tijdens onze workshops oefent u dit op een paar soorten hout met moeilijkere profielen.

Bovenfrees

TIP 2: freesrichting
Voor de meeste toepassingen, is de correcte manier om een bovenfrees te bewegen tegen het mes in te bewegen, ofwel tegen de draairichting van het freesbit in. Dit heeft vooral te maken met uw veiligheid. Want met de draairichting mee bewegen kan betekenen dat de machine uw hout voor u uit gaat lanceren.
De juiste manier van drukken (u voelt dan enige weerstand) zal de beste snijprestaties van uw bovenfrees leveren. Tijdens de workshops bewegen we de frees na het werk vaak ook nog een keer terug. Een relatief veilige handeling, die nog iets schoner werk aflevert.

TIP 3: Begin met het eind
Wanneer u met de bovenfrees een sponning (verdiepte rand) aan het kopse hout wilt frezen, dan is de kans groot dat juist aan het einde van het freeswerk de houtvezels losbreken en lelijke splinters nalaten.
Een manier om dat te voorkomen is door juist met dat moeilijke eindje te beginnen. Zet de bovenfrees voorzichtig op de laatste hoek en druk behoedzaam het hout in voor een centimeter of zo. Haal de frees los en begin nu uw werk zoals u dat wilt doen. Voila!

Bovenfrees festool bij BeQwaam Baarn

TIP 4: Diepe sporen
Een diep spoor met de bovenfrees frezen over een hele plank (bijv. onder een tafel) zal vrijwel altijd een lelijk einde opleveren. Juist als al het werk er op zit, u bent bij het einde van de plank aangekomen, verlaat de frees het werk en daar zal hij heel wat splinters achterlaten. De tip hier is, door achter uw tafelblad een tweede even dikke afvalplank te klemmen zodat u eigenlijk het blad langer maakt. Frees ietsje door tot in de afvalplank en u heeft een fraai resultaat.

TIP 5: Investeren in Soorten
Gewone rechte freesbits hakken het hout als een beitel. Recht op de vezel. Prima voor de zachtere houtsoorten zoals MDF, Vuren, Grenen, maar minder voor de hardere. Er zijn ook freesbits met een getordeerd mes. Eigenlijk zoals een hout of metaalboortje. En dan zijn er daarnaast ook nog freesbits waar de spiraal tegengesteld loopt. De een trekt aan de vezel en de ander duwt (bij computer gestuurde freesmachines populair). Dit soort freesjes snijden meer dan beitelen. Ze werken eigenlijk net als het mes van een schaaf.

TIP 6: Neem kleinere stappen
Te veel willen doen in een keer is vaak niet goed. En ook bij het bovenfrezen niet. Moet er een diepe groef gefreesd worden, doe dit dan niet in een keer (nog gevaarlijk ook, want de frees kan happen) maar in een aantal keren. Wij adviseren meestal om maximaal de halve freesdiameter (bijv frees 10 mm) in eens te frezen (dus 5mm in een keer). Daarna nog een keer en evt. herhalen tot bijna de diepte die u nodig heeft. Aan het eind nog even een mini freesslag om evt. brandplekken te verwijderen en voor een fraai resultaat.

TIP 7: Scherp Investeren
Laatste tip, en misschien wel de beste. Zorg voor scherpe freesbits. Sommige frezen kunnen geslepen worden. Bijvoorbeeld bij slijperij Hagen in Ankeveen, of slijperij van Kooten in Baarn. Daar verkopen ze ook top kwaliteit bits voor de bovenfrees.